Mooi ‘rood’ uit Burgenland

Alhoewel Oostenrijk bekend staat om zijn witte wijn, en dan met name de nationale trots de “Grüner Veltliner”, zijn er ook steeds meer prachtige rode wijnen voorhanden. Koploper op het gebied van rode wijnen uit Oostenrijk is het Bundesland Burgenland en dan met name het gebied rondom de Neusiedler See.

Burgenland ligt helemaal in het oosten van Oostenrijk, direct tegen de Hongaarse grens. ‘Klimaatbepalend’ is de midden in het land gelegen Neusiedler See, een relatief ondiep ‘steppemeer’ dat de zomerse warmte lang vasthoudt en daardoor de omgeving tot ver in het najaar kan voorzien van milde dagen en nachten.

Oostenrijk heeft inmiddels 13 DAC-gebieden (zie ons bericht over de Oostenrijkse DAC-gebieden) waarvan er drie speciaal voor rode wijn zijn:

  • Neusiedler See (zweigelt)
  • Mittelburgenland (blaufränkisch)
  • Eisenberg (blaufränkisch)

Zweigelt is het meest aangeplante blauwe druivenras van Oostenrijk. Zweigelt is een kruising van blaufränkisch en sankt laurent en is door Fritz Zweigelt in 1922 ontwikkeld. Zweigelt heeft als voordeel dat de druif ook in relatief koele(re) condities goed gedijt.

Blaufränkisch daarentegen heeft juist warmte nodig en kom je in Oostenrijk daarom nagenoeg alleen in Burgenland tegen. De druif rijpt namelijk relatief laat. 

De beste blaufränkische wijnen combineren aangenaam donker fruit met een minerale frisheid en stevige, rijpe tannine. Alhoewel blaufränkisch goed jaren te bewaren is, zijn het de jongere wijnen die de meeste indruk maken. Met de laatste jaargangen Oostenrijkse blaufränkisch valt heel veel te genieten. Zo ook met onze Blaufränkische wijn van Weingut Gabriel uit Rust.

En dan zijn er nog – maar in veel kleinere hoeveelheden – Sankt Laurent en Pinot Noir. Sankt Laurent kent zijn oorsprong in Oostenrijk waar het ras al sinds de 19e eeuw wordt aangeplant en wel met name in de Thermenregio en Noord-Burgenland. De beste Sankt Laurent wijnen koppelen rijp, donker fruit aan een zijdezachte structuur.

De Pinot Noirs (in Oostenrijk onder de naam Blauer Spätburgunder bekend) kenmerken zich voornamelijk door fris fruit en een licht aards karakter met een gematigd houtgebruik.

 

(bron: Perswijn 2018-05)

 

Tropisch warm en toch een rood wijntje? – Drink het gekoeld!!

Rode wijn gekoeld drinken? Nee, dat is geen vloeken in de kerk! En waarom ook niet?

Steeds meer rode wijnen zijn geschikt om ook ‘fris en fruitig’ te drinken. Het gaat dan met name om jonge wijnen met veel fruittonen, zeg maar de ‘beaujolais’-achtige wijnen.

Het gaat te ver om ze net zo fris als een witte wijn of rosé te drinken maar gekoeld tot zo’n 12 tot 14 graden is heerlijk. Zet de wijn in de koelkast en haal deze er een kwartiertje voor het nuttigen ervan uit. Houd de fles vervolgens in een wijnkoeler op temperatuur.

Uit ons eigen assortiment is het met name de blaufränkisch van Weingut Gabriel die zich hiervoor leent. Uit eigen ervaring – maar ook enkele van onze vaste afnemers bevestigen het – weten we dat een glas koel Gabriel Blaufränkisch dezer dagen een overheerlijke afwisseling is.